Voor de geometrische uitzetting van een wand onder een rechte schuine lijn. Beide standen beschrijven dezelfde wand met verschillende maten die je ter plaatse beschikbaar hebt.
- Wandlengte en eindmaten
- De horizontale lengte van de onderregel, de beginhoogte en de hoogte aan het andere uiteinde of de hellingshoek.
- Regels en stijlafstand
- De diktes van onder- en bovenregel en de afstand tussen de stijlen, gemeten langs de onderregel.
De stand Twee hoogtes berekent de hellingshoek uit het hoogteverschil gedeeld door de horizontale lengte. De stand Hellingshoek berekent de hoogte aan het andere uiteinde uit lengte × tan(hoek).
- Hellingshoek of eindhoogte, lengte van de schuine bovenregel en een genummerde uitzettabel.
- Posities op onder- en bovenregel, plus de kolom met stijllengtes van de app. Controleer de werkelijke aansluitgeometrie voordat je een zaaglijst maakt.
De bovenlijn van een wand stijgt 1 m over een horizontale lengte van 4 m. Het voorbeeld schrijft geen zaagmaten voor stijlen voor.
| Grootheid | Waarde |
|---|---|
| Beginhoogte; eindhoogte | 2,4 m; 3,4 m |
| Horizontale lengte; stijlafstand | 4 m; 0,6 m |
| Hoek; lengte bovenregel | 14,036°; 4,123 m |
| Posities op de onderregel, inclusief eindpunt | 0; 0,6; 1,2; 1,8; 2,4; 3,0; 3,6; 4,0 m |
Hoek = atan((eindhoogte − beginhoogte)/horizontale lengte). Lengte bovenregel = √(horizontale lengte² + hoogteverschil²). Met de niet-afgeronde hoek geeft de stand Hellingshoek dezelfde eindhoogte. Het laatste interval is korter als de gekozen stijlafstand niet precies in de lengte past.
Metrische en imperiale lengtes worden ondersteund; de hellingshoek voer je in graden in. Posities op de bovenregel zijn afstanden langs de helling, die op de onderregel horizontale afstanden. Verwissel deze kolommen niet.
Gebruik de tekening als geometrisch hulpmiddel. Regeldikte, oplegging, zaaghoeken en de aansluiting van elke stijl op de bovenregel moeten op de uitvoeringstekening worden uitgewerkt. Het voorbeeld hierboven controleert alleen de wandcontour.
Met welke stand begin ik?
Gebruik Twee hoogtes als je beide eindhoogtes hebt gemeten. Gebruik Hellingshoek als de helling is opgegeven en je de beginhoogte kent.
Waarom ligt de markering op de bovenregel verder weg?
Die wordt langs de langere schuine lijn gemeten, niet als horizontale projectie.
- Met welke stand begin ik?
- Gebruik Twee hoogtes als je beide eindhoogtes hebt gemeten. Gebruik Hellingshoek als de helling is opgegeven en je de beginhoogte kent.
- Waarom ligt de markering op de bovenregel verder weg?
- Die wordt langs de langere schuine lijn gemeten, niet als horizontale projectie.
Maten, eenheden en materiaalbegrippen
Terug naar de categorie